Even opfrissen: bij een agentuurovereenkomst geeft een ondernemer aan een handelsagent de opdracht om tegen een vergoeding te bemiddelen bij de totstandkoming van meerdere overeenkomsten. Het gaat dan bijvoorbeeld om een koopovereenkomst tussen de ondernemer en zijn klanten. Maar wat gebeurt er met vergoedingen als de agentuurovereenkomst eindigt?

Arbeids- versus agentuurovereenkomst 

Een agentuurovereenkomst heeft raakvlakken met een arbeidsovereenkomst maar er bestaan desalniettemin grote verschillen. Zo is het een stuk gemakkelijker om een agentuurovereenkomst te beëindigen. Ook bestaat er geen ongeclausuleerd recht op een vergoeding bij het einde daarvan. Dat laatste bespreken we nader hieronder.

De klantenvergoeding

Een van de vergoedingen waar een handelsagent recht op kan hebben is de zogeheten klantenvergoeding. Daarvoor is vereist dat het werk van de handelsagent heeft geleid tot belangrijke omzetstijgingen, goodwill of een vergroting daarvan voor de ondernemer. Ook moet het waarschijnlijk zijn dat de ondernemer ook in de toekomst daarvan nog de spreekwoordelijke vruchten plukt.

Aannemelijk maken

Is er daadwerkelijk sprake van (toekomstig) voordeel voor de ondernemer? De hoogste rechter van Nederland oordeelt dat het aan de handelsagent is om dat aannemelijk te maken. Dit staat in sterk contrast met de arbeidsrechtelijke transitievergoeding. Die is in beginsel altijd verschuldigd als een arbeidsovereenkomst eindigt op initiatief van een werkgever.

Hoe wordt de klantenvergoeding vastgesteld?

Kort samengevat verloopt de vaststelling van de klantenvergoeding in drie fasen:

  • Allereerst moeten de voordelen in kaart worden gebracht. Wat hebben de overeenkomsten met de door de handelsagent aangebrachte klanten de ondernemer opgeleverd?;
  • Vervolgens moet in de tweede fase beoordeeld worden of er reden bestaat het vastgestelde bedrag aan te passen met het oog op de billijkheid. Daarbij zijn alle omstandigheden van het geval van belang. Er wordt ook gekeken naar de door de handelsagent gederfde provisie. De billijkheid kan zowel een verhoging als een verlaging van het in de eerste fase vastgestelde bedrag meebrengen;
  • Tot slot wordt getoetst of het uit de twee eerdere berekeningsfasen volgende bedrag niet hoger is dan het maximumbedrag dat geldt voor de klantenvergoeding. Dat mag namelijk niet hoger zijn dan de beloning van één jaar, berekend naar het gemiddelde van de laatste vijf jaren. Of, indien de overeenkomst korter heeft geduurd, naar het gemiddelde van de gehele duur daarvan.

(Uitspraak van het hof Den Bosch)

Niet vanzelfsprekend

Dat het niet vanzelfsprekend is dat een handelsagent een klantenvergoeding krijgt, blijkt wel uit een recente uitspraak van het Hof Den Bosch. Daarin werd geoordeeld dat de handelsagent geen recht had op een klantenvergoeding. Ondanks het feit dat vaststond dat de handelsagent alle klanten van de ondernemer had aangebracht.

Zelfde klanten, andere ondernemer

Het Hof overwoog namelijk dat de wettelijke bepalingen omtrent agentuurovereenkomsten gebaseerd zijn op een Europese richtlijn en een oude Duitse wettelijke regeling. Dit betekent dat ook Duitse jurisprudentie en rechtspraktijk van belang is voor de uitleg daarvan. Daarin was eerder opgemerkt dat een handelsagent geen recht heeft op een klantenvergoeding als hij service blijft verlenen aan dezelfde klanten voor rekening van een andere ondernemer. Van die situatie was hier volgens het Hof sprake. De handelsagent bleef namelijk voor andere ondernemers dezelfde klanten bezoeken.  Het Hof zag in dit geval ook geen grond om op billijkheidsgronden toch een (hogere) klantenvergoeding voor de handelsagent toe te kennen omdat deze zelf al van plan was de samenwerking met de ondernemer op termijn te beëindigen.

Provisie

Het is zeker mogelijk om vraagtekens te zetten bij de uitspraak van het Hof. De handelsagent bleef dan wel dezelfde klanten bedienen voor andere ondernemers maar dat had hij altijd al gedaan. Hij kreeg dus jarenlang provisie voor zijn werkzaamheden van meerdere ondernemers. Nu een van deze ondernemers de overeenkomst had opgezegd en de agent daarvoor geen klantenvergoeding kreeg, ging hij er dus aanzienlijk in inkomen op achteruit.

Schadevergoeding bij einde agentuurovereenkomst

Toch stond de handelsagent in de zaak bij het Hof Den Bosch niet helemaal met lege handen. De ondernemer had de agentuurovereenkomst namelijk opgezegd zonder daarbij de wettelijke opzegtermijn in acht te nemen. Dit is echter alleen mogelijk indien er sprake is van een dringende reden voor beëindiging. Dit wordt niet snel aangenomen en ook het Hof Den Bosch zag geen aanleiding om een dringende reden aan te nemen. Het gevolg is dat de ondernemer aan de handelsagent een bedrag moest betalen dat gelijk was aan de beloning over de tijd dat de agentuurovereenkomst bij regelmatige beëindiging had behoren voort te duren. Hierdoor ging de handelsagent alsnog met bijna € 30.000 naar huis.

Conclusie

Er bestaat geen ongeclausuleerd recht op een vergoeding bij het einde van een agentuurovereenkomst. De verschuldigdheid ervan is afhankelijk van meerdere omstandigheden. Daarbij moet onder meer rekening worden gehouden met een omvangrijk pakket aan jurisprudentie. Ook is snelheid geboden aangezien een vordering tot schadevergoeding een jaar na het einde van de overeenkomst verjaart. Het is dan ook raadzaam ook gedegen juridisch advies in te winnen bij dit soort zaken.

Hulp nodig bij einde agentuurovereenkomst?

Bent u werkgever of werknemer en heeft u vragen over de afwikkeling bij einde agentuurovereenkomst? Neem contact met mij op en maak gebruik van het gratis oriënterend gesprek. Vaak kan ik u al snel voorzien van een goed advies. U kunt mij bereiken per mail: leliveld@leliveldadvocaten.nl